Waarom mindfulness juist bij tieners werkt, wat het oplevert voor de individuele leerling en de klas, en hoe een opbouwend programma eruitziet.
Een groep tieners kent een eigen dynamiek: sterke emoties, groepsdruk en een brein dat volop in ontwikkeling is. Mindfulness sluit daar goed op aan. Het is geen wondermiddel, maar het traint een vaardigheid die leerlingen de rest van hun leven kunnen gebruiken: bewuster worden van wat er speelt, zodat je rustiger en gerichter kunt reageren.
Voor de individuele leerling kan dat betere aandacht en concentratie betekenen, minder stress en spanning, en emoties eerder herkennen en er kalmer op reageren. Voor de klas ontstaat er meer ruimte voor empathie en een prettiger klassenklimaat, doordat leerlingen minder impulsief reageren.
Het brein train je zoals je een spier traint: één losse oefening is niet genoeg. Daarom werk ik met een opbouwend programma van ongeveer tien lessen, met korte oefeningen voor thuis, zodat leerlingen het echt eigen maken.
Belangrijk: mindfulness is geen yoga, niet religieus en niet je hoofd leegmaken. Het curriculum is seculier en praktisch, gericht op vaardigheden die in de klas en daarbuiten van pas komen.